Muzisch waarnemen
| WA1 | Verwoorden de betekenis van een artistieke en muzische creatie: onderwerp, bedoeling, eigen interpretatie. | Les 10 · Les 15 · Les 33 |
| WA2 | Herkennen enkele kunststromingen en artistieke creaties: componisten, kunstenaars, choreografen, genres en stijlen. | Les 3 · Les 10 · Les 15 · Les 24 |
| WA3 | Beschrijven de betekenis van een artistieke creatie: maatschappelijke, geografische en historische context. | Les 10 · Les 24 · Les 33 |
| WA4 | Duiden de waarde van kunst voor zichzelf en de samenleving. | Les 10 · Les 33 · Les 36 |
| WA5 | Participeren aan een brede waaier van kunstervaringen (kunst- en cultuurpaspoort, kunstportfolio). | Les 14 · Les 35 · Les 36 |
| WA6 | Gebruiken gepast gedrag tijdens kunstbeleving (voorstelling of tentoonstelling bezoeken). | Les 14 · Les 36 |
Muziek
| MU1 | Herkennen bouwstenen van muziek: klankkleur, ritme, metrum, dynamiek, tempo, melodie, vorm. | Les 3 · Les 7 · Les 15 · Les 26 |
| MU2 | Zingen meerstemmige melodieën met aangepast stembereik. | Les 7 · Les 32 |
| MU3 | Gebruiken bouwstenen van muziek in een muzische creatie. | Les 19 · Les 26 |
| MU4 | Herkennen vaardigheden/technieken en vormgevingsmiddelen: musiceren, componeren, zingen, actief luisteren, grafische partituur. | Les 3 · Les 15 · Les 19 · Les 32 |
| MU5 | Gebruiken vooraf verkende vaardigheden/technieken en vormgevingsmiddelen van muziek in een muzische creatie. | Les 19 · Les 26 |
Beeld
| BE1 | Herkennen bouwstenen van beeld: kleur, lijn, textuur, licht, ruimte (kikker- en vogelperspectief, 3D-ruimtegebruik). | Les 1 · Les 5 · Les 12 · Les 16 · Les 20 · Les 27 · Les 31 |
| BE2 | Gebruiken bouwstenen van beeld in een muzische creatie. | Les 1 · Les 5 · Les 20 · Les 27 |
| BE3 | Herkennen vaardigheden/technieken en vormgevingsmiddelen: boetseren, tekenen, schilderen, drukken, ruimtelijke constructies. | Les 12 · Les 16 · Les 31 |
| BE4 | Gebruiken vooraf verkende vaardigheden/technieken en vormgevingsmiddelen van beeld in een muzische creatie. | Les 12 · Les 16 · Les 27 · Les 31 |
Drama
| DR1 | Herkennen bouwstenen van drama: rol, handeling en taal, samenspel, structuur (scenario). | Les 2 · Les 8 · Les 18 |
| DR2 | Spelen een personage geloofwaardig (houding, beweging, stem, mimiek). | Les 8 · Les 18 · Les 22 |
| DR3 | Spelen op basis van een opgegeven plaats, personage en gevoel een scène (improvisatiespel). | Les 2 · Les 29 |
| DR4 | Gebruiken ridderlijkheid in het samenspel. | Les 8 · Les 29 |
| DR5 | Gebruiken een eenvoudig scenario (zelfbedacht of bestaand). | Les 18 · Les 25 · Les 29 |
| DR6 | Herkennen technieken en vormgevingsmiddelen van drama: dramaspel, drama met materialen, verbale en non-verbale spelvormen. | Les 2 · Les 22 |
| DR7 | Gebruiken vooraf verkende technieken en vormgevingsmiddelen van drama in een muzische creatie. | Les 18 · Les 22 · Les 29 |
Dans
| DA1 | Herkennen bouwstenen van dans: ruimtelagen, frasering, relatie (inspelen, leiden en volgen), energie, overdrijven. | Les 4 · Les 9 · Les 17 · Les 28 |
| DA2 | Dansen: met aangepaste duurtijd, in drie ruimtelagen, afwisselend met veel en weinig energie. | Les 4 · Les 17 · Les 28 |
| DA3 | Passen bewegingen aan: overdrijven, op elkaar inspelen, leiden en volgen. | Les 9 · Les 17 · Les 28 |
| DA4 | Voeren een dansverhaal uit: zelfgemaakte frasering rond een thema, met of zonder danspartituur. | Les 21 · Les 34 |
| DA5 | Herkennen vaardigheden/technieken en vormgevingsmiddelen van dans: gestructureerde dans, bewegingsexpressie, danspartituur, vloerpatronen, muziek, attributen. | Les 9 · Les 21 |
| DA6 | Gebruiken vaardigheden/technieken en vormgevingsmiddelen van dans in een muzische creatie. | Les 21 · Les 34 |
Media
| ME1 | Herkennen bouwstenen van media: geluidseffecten, belichting, licht en donker, camerastandpunt, synchronisatie van beeld en geluid. | Les 6 · Les 11 · Les 23 |
| ME2 | Gebruiken bouwstenen van media in een muzische creatie. | Les 6 · Les 11 · Les 23 · Les 30 |
| ME3 | Herkennen vaardigheden/technieken en vormgevingsmiddelen van media: fotografie, filmmontage. | Les 6 · Les 23 · Les 30 |
| ME4 | Gebruiken vaardigheden/technieken en vormgevingsmiddelen van media in een muzische creatie (audiosoftware, beeldbewerkingssoftware). | Les 11 · Les 23 · Les 30 |
Geïntegreerde muzische creatie
| GI1 | Beschrijven hoe muzische vaardigheden/technieken betekenis verlenen aan een geïntegreerde muzische creatie (minstens 2 domeinen). | Les 13 · Les 25 · Les 35 |
| GI2 | Gebruiken bouwstenen, vaardigheden/technieken en vormgevingsmiddelen van verschillende muzische domeinen in een geïntegreerde muzische creatie. | Les 13 · Les 25 · Les 34 · Les 35 |
Presenteren
| PR1 | Herkennen verschillende presentatievormen (solo, groep, rondleiding, bijzondere plaats, met media, speciale opstelling, ...). | Les 14 · Les 34 |
| PR2 | Gebruiken een presentatievorm: locatie, samenstelling, materialen, media, interactie met publiek. | Les 14 · Les 25 · Les 35 |
| PR3 | Stemmen een eigen muzische inbreng af op de anderen in functie van kwaliteitsvol samenspel. | Les 7 · Les 13 · Les 32 · Les 35 |
Reflecteren
| RE1 | Reflecteren over hun eigen muzische creatie: betekenis, bouwstenen, technieken, vormgevingsmiddelen, wijze van presenteren. | Les 5 · Les 14 · Les 36 |
| RE2 | Reflecteren over de muzische creatie van leeftijdsgenoten of de artistieke creatie van kunstenaars. | Les 14 · Les 24 · Les 33 · Les 36 |
Muzische grondhouding
| GH1 | Tonen een muzische grondhouding: verbeeldingskracht, vertrouwen en durf, communicatie en interactie, speelsheid, nieuwsgierigheid en verwondering. Dit doel loopt als rode draad door alle 36 lessen en wordt expliciet geobserveerd in de start- en slotles. | Les 1 · Les 36 · alle lessen |